Activiteiten

Viering Binnenwaai 20 januari 2014

Lezing uit Numeri 11 vers 24 t/m 29 en Marcus 9 vers 38 t/m 40

PausWe hebben in Rome een geweldige paus. Franciscus verslaat met zijn radicale keuze voor de armen zijn tienduizenden! Sinds paus Johannes XXLLL kenden we niet meer zo’n vernieuwende frisse wind in onze kerk.
Onze kerk? Zegt u misschien. Ja, onze kerk, want de Rooms katholieke Kerk is ook onderdeel van de Christelijke Kerk en staat voor belangrijke aspecten van de Bijbelse boodschap en dus is dat ook onze(!) kerk.

Maar kan dat nou zomaar? Er zijn toch wezenlijke verschillen tussen de Protestantse en Rooms-katholieke Kerk?
Menig protestant kan daarover een avondvullend programma verzorgen.
Maar is dat allemaal zo interessant? Christenen realiseren zich te weinig, dat buiten de kerk er vrijwel geen sterveling is te vinden, die de verschillen kent of zich daarvoor interesseert.
En dat snappen we best, wanneer we ons realiseren, dat wij Soennieten en Sjiieten als stromingen binnen de Islam ook niet onderscheiden kunnen, terwijl die elkaar wereldwijd vaak ferm naar het leven staan.

Maar we maken ons allemaal vaak ondoordacht schuldig aan beeldvorming en stigmatisering. Door wat kerkelijke ontwikkelingen werd ik uitgenodigd door de bisschop van Haarlem om over bepaalde zaken te spreken. Ik dacht, ”wat moet ik nou bij die conservatieve man, die uitspraken doet, waar ik erg ongelukkig mee ben”. Maar ik ging, zij het met wat wrevel. Knorrig wachtte ik in de ontvangkamer van het bisschoppelijk paleis. En daar gaat de deur open en staat een uiterst vriendelijk en innemend mens voor mij, met wie een eerlijk en hartelijk gesprek zou volgen. Hij voelde zich verantwoordelijk voor het feit, dat in ons protestantse kerkgebouw de Binnenwaai op Amsterdam-IJburg Rooms-katholieke vieringen zouden plaats vinden en zag enige leeuwen en beren op die weg. Toen wij afscheid namen en ik hem uitnodigde voor de eerste viering reageerde hij positief. Hij kwam zijn belofte na en in het begin van dit jaar stal hij met zijn toespraak de harten van de gelovigen, toen ons kerkgebouw de plek vormde voor de eerste Rooms katholieke viering.
Een simpel gesprek bracht twee mannen, die verschillend denken bij elkaar en deed ons elkaar waarderen.

En dan neem ik u mee naar Tabera in de woestijn. Daar ontmoeten we Mozes. Voor de zoveelste keer is het weer hommeles. Het volk is boos en Mozes weet zich niet opgewassen tegen die onvrede. 

Maar daar heeft de Heer, aldus de verhalenverteller het volgende op verzonnen: Stel een raad van 70 oudsten aan en ook op hun zal ik mijn geest uitstorten. En zo geschiedde. Maar wanneer de oudsten zijn toegerust met Gods geest ontstaat er paniek in de tent. Twee mannen, Eldad en Medad zijn niet gekomen, maar hebben wel Gods geest ontvangen.
God is immers niet beperkt tot de tent.
Maar wij mensen zijn dol op grenzen. Dus Eldad en Medad, niet gegaan, plaatsje vergaan! Mondje dicht.
En niemand minder dan Jozua, de beoogde opvolger van Mozes gaat uit zijn dak van verontwaardiging. “Mozes, neem onmiddellijk maatregelen. Zijn ze gek geworden? Die mannen hebben te zwijgen, ze waren er niet toen God zijn geest uitstortte”
Maar Mozes wijst hem terecht. “Profeteerde iedereen maar! Laat ze begaan”.

Het is schitterend hoezeer hier radicaal met de religieuze intolerantie wordt afgerekend. Wij denken het in onze orthodoxie of liberale vrijzinnigheid op te nemen voor de Heer of de waarheid, of hoe we het ook noemen mogen, maar met God voor ogen vallen we stil. Staan we bedremmeld te kijken hoe we in ons geloofshemd worden gezet.
Dit maakt dat oude joodse plakboek van God, zoals het Oude Testament, het wordingsverhaal van Israel, wel eens genoemd wordt) zo authentiek. Hun zoektocht, hun twijfel, hun woede en hun ongeloof worden niet weggemoffeld. Integendeel. De jongen, die hier op zijn kop krijgt zal straks het volk het beloofde land binnen leiden.
En wij, wij trekken met dat volk mee, weliswaar vele jaren later en dienen ons te realiseren dat wij diezelfde ervaringen hebben en diezelfde correcties verdienen. Te snel hebben wij ons oordeel klaar en luisteren niet echt meer naar elkaar. Zo ontluisteren we hen, die onze deelgenoot zijn tijdens de zoektocht van het geloof.

Gelukkig, dat Jezus straks met zijn discipelen een nieuwe rondtocht zal maken. Hem zal dat niet overkomen. Toch? Nou, vergeet u het maar. Hoezeer Hij ook door uitstekende mannen en vrouwen werd omringd, hetzelfde drama is ook Jezus’deel. Wij, die zo dol zijn op de groep, OSM, ons soort mensen, teveel hangen aan kerk en traditie en dus met al onze krampachtigheid ravages veroorzaken herkennen ons in de discipelen van Jezus.

Een man blijkt boze geesten uit te drijven, noemt daarbij Jezus’naam, maar hij hoort niet bij de groep. Hij heeft geen belijdenis gedaan, zonder twijfel geen kerkbalansenveloppe ontvangen, geen heilige communie gedaan, kortom het is verschrikkelijk. En dat doet maar!
Nota bene, die lieve Johannes raakt helemaal van de wijs. “Heer dat kan toch niet bestaan!
Leg hem onmiddellijk het zwijgen op. Ons lukt het niet”.Hij wil zich niet bij ons aansluiten. Hoe durft hij.”
Herkennen we onszelf? Hoort u het kerkelijk gemekker over de kerk, de traditie, onze besluiten van de kerkenraad, ons beleidsplan. Buiten de Kerk geen heil. Nou zo zeggen we het niet meer. We hebben onze arrogantie redelijk bedekt, maar nog steeds staan gelovigen vaak in tussen God en zijn mensenkinderen. Wij, speels gezegd, Gods grondpersoneel, lopen de Heer voortdurend voor de voeten met ons gehamer op vermeende waarheden.

Want wat zegt de Heer? “Laat hem toch, wie niet tegen ons is is voor ons!”

Mijns inziens zien we hier in het hart van de levensbron, God. Deze tekst zouden we moeten spellen. Dan zijn we ook verlost van al die zorgen over de kerk. De bron van alle leven, God genaamd (of anderen noemen hem Allah of Jahweh of welk ander begrip ook) is wars van alle muren en waterscheidingen, dogma’s en tradities. Het gaat Hem om mensen. “Wie niet tegen mij is” Dat geeft ruimte en verlost ons van die kerkelijke Christendommelijkheid. Veel mensen komen niet tot keuzes om talloze redenen; zij kunnen of willen niet bij een groep, een kerk of geloofsgemeenschap horen. Ze doen het zelf wel. En op hun manier! Ze zijn niet tegen en dus aldus Jezus : voor! Over religieuze tolerantie gesproken!!

Dat is troost voor al die ouders van wie de kinderen en de kleinkinderen eigen geloofswegen gaan. Was ons kleinkind maar gedoopt of in de kerk getrouwd of….Maar God kijkt over onze muurtjes heen. Hij is met weinig blij.

En daar staan we dan met onze benamingen:
oud gereformeerd-zwartekousenkerk,
gereformeerde bond -hoedjeskerk,
evangelischen, happie kleppie,
spiritualiteit, zweverij.
De één is van het houtje, de ander van het visje.
Wij vinden toch altijd overal iets van?

Misschien moeten we wat leren van de volgende parabel.
Er was eens een kleur, “groen”, die zei: ik ben ven de bladeren en de hoop, dus onmisbaar.
Maar “blauw” zei: poeh ik ben van de zuurstof en de ruimte, mij kun je niet missen.
Oh ja zei “geel”: vlak mij niet uit, ik ben van de zon, de warmte, dus no 1!
Maar ”rood” dacht ieder het zwijgen op te leggen: ik ben van de liefde en het vuur, dus zwijg allen.
Maar toen sprak de regen:
Houden jullie toch eens op met dat hameren op je eigen kleur:
Door mij liggen jullie keurig op een rij en vormen jullie een teken van hoop!
Trouwens als jullie samenwerken vormen jullie die ene prachtige kleur: wit

Wij mensen, zo veelkleurig, maar samen teken van hoop en fragment van die ene prachtige kleur “wit”. Kleur van het licht, kleur van de vrede, kleur van God.
Het lied, waarna wij nu gaan luisteren bezingt dit :

In alle kleuren wereldwijd
Met Jezus zwart als ebbenhout
Geel als edelgoud
Wit als linnengoed
Met een duizendkleurig vrouwenkoor
Sprekend in alle talen
En vooraan in dit lied
Gaat Jezus, Jood ofwel Semiet

Het lied is getiteld: “in alle kleuren wereldwijd”.
Tekst : Adriaan Booijen, muziek: Hindrik van der Meer

De Binnenwaai

Gebouw Solid 18
Ed Pelsterpark 2
1087 EJ  Amsterdam

Abonneer op de Nieuwsbrief