De tram


Leidscheplein, vrijdagavond

We lopen nog enigszins verdoofd over straat. Verdoofd ja, want we hadden zojuist het nieuwe “de la Mar”theater verlaten, waar we de voorstelling  “het diner” hadden bijgewoond.
Het stuk kent een realistische doch abrupte afloop, die je toch overvalt. Hoe verziekt kunnen verhoudingen niet zijn en kunnen ouders door hun gedrag hun kinderen op het verkeerde been zetten. Een gedachte, die het stuk bij ons losmaakte.

Het was nog vroeg in de avond en het weer was mooi en de terrassen vol. Op zoek naar een leeg plekje werden we opgeschrikt door een luide sirene.
Langs ons heen schoot een politieauto en de tram, die wij op afstand passeerden bleek het doel. Agenten vlogen de tram in, die snel leegstroomde en net ter hoogte van ons knielden zij op de grond, terwijl een meisje vanaf de bank in de tram met een behuild gezicht toekeek.
Wat er zich op de grond afspeelde liet zich raden, maar twee opgeschoten jonge medelanders konden hun nieuwsgierigheid niet bedwingen en gingen bij het raam staan en tot onze verbijstering foto’s maken van wat zich op de grond in de tram voltrok.
Misschien geprikkeld door het toneelstuk kon ik mijn verontwaardiging niet bedwingen en riep de twee tot de orde. “hé, vind je dat nou fatsoenlijk?”riep ik hen toe. Mijn vrouw kneep mijn arm fijn. Het laat zich raden waarom. Maar het was eruit voor ik het wist.
Zijn we nou helemaal gek geworden, zo dacht ik en wij maar onze mond houden als we zien, hoe mensen zich misdragen.
En ach lieve deugd, vier paar donkere ogen, mij onbekend, dus onbemind, laserden mij tegemoet en hun richting werd bepaald door deze roepende ziel.
Geen prettig gevoel, maar we bleven staan. “Waar bemoei jij je mee” zo kreeg ik toegevoegd op een toon, die niet een thuisgevoel oproept.
Rustig blijven, zo dacht ik en zeker niet boos worden en me niet laten intimideren. Dat laatste is ook de code thuis bij deze jongens.
“Mannen”zo zei ik, “stel je nou eens voor, dat jij daar lag. Zou je het dan leuk vinden wanneer je ook gefotografeerd werd”. Gewend als ik ben aan dit soort onverwachte situaties op school weet ik, dat je gewoon moet blijven praten en niet autoritair moet optreden. Er ontspon zich een gesprekje, dat licht intimiderend startte, maar gaandeweg werd het een gedachtewisseling.  “U belast mij met een schuldgevoel en daar heb ik geen zin in”, zo kreeg ik toegevoegd. “Ja”antwoordde ik, maar wat dacht je nou van die man of vrouw, die daar op de grond ligt. Het gaat nou niet om jou en ook niet om mij ,maar daar is verdriet”. En ik wees ze nog eens op wat zich in de tram afspeelde.
“Kom op, joh,vandaag voel jij je lullig, morgen ik, we doen allemaal wel eens dingen, waarvan je later zegt, hmm, dat kon beter”. De beide jongens keken me, de één stond zowat op mijn tenen, maar zijn ogen waren mild geworden. “ U geeft mij stof tot nadenken” ,antwoordde hij. En beide jongens keken wat schutterig om zich heen.
Ik stak mijn duim omhoog en we groetten de beide jongens, die wegliepen bij de tram.

We hadden door alles even geen zin meer in een terrasje en liepen de Leidschestraat door en werden pas bij de Singel gepasseerd door de tram, die het toneel vormde van een klein menselijk drama.
We keken om. De tram was leeg,”Sorry geen dienst”stond er voorop te lezen.

Rob Visser

De Binnenwaai

Gebouw Solid 18
Ed Pelsterpark 2
1087 EJ  Amsterdam

Abonneer op de Nieuwsbrief