JONCKBLOETPLEIN

Met onze oudste zoon, Jeroen, fiets ik over de Goeverneurlaan in Den Haag. Een statige laan, die de wijk Laak-Noord verbindt met Spoorwijk en vervolgens toegang verschaft tot den Haag Zuid. Aan die laan woonden onze ouders vanaf hun huwelijk in het begin van de oorlog tot de zomer van 1974. Toen verhuisden ze naar Brabant. Ik was toen 22 en met groot verdriet verliet ik die vertrouwde omgeving.

Het vormde het kruispunt tussen Laakkwartier, Schilderswijk en Spoorwijk, waar ik op meerdere scholen zat, omdat mijn ouders zich of zorgen maakten over mijn blauwe ogen, die bij de geboorte toch echt bruin waren of omdat leerprestaties hen ernstig zorgen baarden. Ik was vaak op straat en leerde er sprinten om mij uit de voeten te maken voor verhoogde agressie, ik leerde er mijn geliefde tollen en knikkers verliezen, bouwde de mooiste hutten in de braakliggende delen rond de Laakhaven en had vele vriendjes, die je vormden, blij maakten en in elkaar timmerden. Ik had er een geweldige jeugd, die mede door mijn optimistische kijk op het leven, verrijkt door een bevindelijk geloof tot een belangrijke en vormende beginfase van mijn leven werd.

Wij woonden vlakbij dat Jonckbloetplein, dat recentelijk het toneel vormde van voetbalrellen en waar allochtoon en autochtoon elkaar vinden in hun verzet tegen gezag en orde. Een toekomstig eldorado voor de PVV, die zich eerst tegen moslims, nu tegen Europa en vast ook een keer tegen gezagsdragers zal richten. Er is nu eenmaal een deel in onze samenleving, die altijd ergens tegen moet zijn en zich de vrijheid permitteren binnen een “partij voor vrijheid”de onzin, waarmee de vlag de lading moet dekken, te ontwikkelen en zelfs  tot een politiek program te maken. Het heet dan te gaan om Henk en Ingrid, maar het gaat natuurlijk om Geert en Fleur.

Dit alles vermenigvuldigt zich in een wijk als deze, die er zo natuurlijk niet beter op wordt. Zeker niet, omdat ook de prachtige bomen, die de laan zo sierden gekapt zijn. Er zal wel iets spannends in de grond moeten gebeuren en de komende herfst kent nu geen blaadjes. 
Op verzoek van onze zoon fietsen we kriskras door Laakkwartier en Spoorwijk.

Jonckbloetplein

Overal herinneringen, die steeds mooier worden met het stijgen der jaren. Maar ze zijn er. Ik kijk in zijn lachende ogen, die al mijn verhalen mild verwerken.
Jonckbloetplein en omgeving telde in mijn jeugd vele tientallen winkels. Alles, wat je nodig had voor het leven was verkrijgbaar in de buurt. Talloos zijn de keren, dat ik voor mijn moeder boodschappen moest doen. En voor ieder artikel een eigen zaak. Niet de onzin over devraag of de winkelier  Rooms of Protestants was, maar de kaas bij de Spar, de bruine suiker bij Kok, het frisdrank bij Simon de Wit, bepaalde kruidenierszaken bij de Gruijter (mijn lievelingszaak, want daar kreeg je vaak een speeltje)  maar dan was er ook nog apart de slager, de bakker, de groenteboer en voor de zalige puddingbroodjes de Coöp.

Vertellend en gebarend rijden we nu naar Laak-Noord, de Molenwijk, waar Jeroen in een voormalige school zijn Europees betaalde project van de grond tilt. Een zware klus, maar voor iemand, die in 2011 Serious Request in Leiden organiseerde een uitdaging. Met verve vertelt hij nu van zijn ervaringen en belevenissen. Hij trekt parallellen met IJburg, maar schildert ook prachtig met wat voor type mens hij te maken heeft.

Tijdens de fietstocht belanden we plotseling in een prachtig park, dat de grootte heeft van het Ed Pelsterpark, waaraan de Binnenwaai op IJburg is gelegen. Maar hier een park naar mijn hart. Met een grote speelweide, een groentetuin, een bloementuin, en wat ziet mijn oog: een kinderboerderij met hokken en zowaar een paar koeien! Het park kent een licht hoogteverschil, waardoor de koeien nog zichtbaarder zijn dan normaal. Speeltoestellen completeren het geheel, waardoor het park een lust voor het oog is. Daar babbelend over het werk komt een oudere medelander ons tegemoet. Of we misschien zijn groentetuin willen zien. Enthousiast biedt hij ons met zijn heerlijk Turks accent een prachtige krop sla aan. We weigeren, want zo meldt Jeroen, “ja pappa, en nu gaan we door de Schilderswijk jouw weg fietsen, die je zes jaar op weg naar je middelbare school reed. “Je kent de weg toch nog wel,hè?”. En dus fietsen we voorbij het Hollands Spoor om onze weg over de Vaillantlaan voort te zetten. Alles is veranderd. Den Haag heeft waarachtig niet stil gezeten. We praten heel wat af. Over vroeger, over nu, over de Molenwijk en over IJburg. Maar het leukste is wel, je praat met een jonge man, die enthousiast zijn zware job heeft opgepakt en niet te beroerd is zijn vrije tijd er ook nog eens in te stoppen. Je praat met je kind, die jaren later in die vertrouwde stad de draad weer oppakt. De stad is veranderd, maar de mensen niet, zo weet ik nu zeker. Mijn oude school staat op “Sorghvliet” tegenover het Catshuis. Nu komt de politiek om de hoek kijken in de week, waarin Wilders een stevige haal over de neus kreeg, maar er niets van leerde. Stof genoeg voor een gesprek vol herkenning. Het is niet eenvoudig. Op de terugtocht via Scheveningen besluiten we  langs Florencia in de Torenstraat te fietsen. Wat hebben ze daar toch zalig ijs!

Bij thuiskomst trakteer ik Herma op weer een nieuwe serie verhalen. Ze knikt vaak instemmend, maar toen de naam Florencia viel schudde ze alleen maar haar hoofd!
Rob Visser

De Binnenwaai

Gebouw Solid 18
Ed Pelsterpark 2
1087 EJ  Amsterdam

Abonneer op de Nieuwsbrief