Spelen

Ieder jaar in september strijken zo’n honderdvijftig zwanen neer in het IJmeer tegenover ons huis. Eens ging de zee hier te keer. Aan dat stormachtig verleden herinnert het gemeenlandshuis aan de overzijde nog, waar ooit de dijkbestuurderen zetelden. Nu is het een ondiepe plas, doorsneden door de A10.

Het is stil en tegelijk heel rumoerig geworden. En die mengeling van stad en natuur schijnt zwanen aan te spreken. Door weer en wind blijven de witte stipjes zichtbaar en uren lang zijn de koppen nauwelijks waarneembaar, omdat het voedsel nu eenmaal onder de wateroppervlakte te vinden is.

Zo nu en dan brengen ze een familiebezoek en zoeven ze met sierlijke vleugelbewegingen voorbij. Bij terugkeer is de landingsprocedure adembenemend en kan je dag niet meer kapot.

Nee, ik houd van de zwanen alhoewel naar ik vrees de liefde niet wederzijds is. Mijn innemende glimlach stuit bij nadering op een diepe frons. Ze zijn mooi én streng. Sierlijk en vervaarlijk. Het is een vogel, die respect afdwingt maar ook emoties losmaakt.

In die laatste maanden van het jaar minimaliseren zij mijn verdriet over de zomer, die voorbij gaat en vaak kijk ik peinzend uit mijn studeerkamer naar hun bewegingen.

Maar wat gebeurt daar nu toch? Ik zie twee zwanen zich losmaken van de grote groep, die foerageert om met elkaar te spelen. Ze duiken gelijktijdig met hun kopje in het water en dat ritueel duurt maar voort. Zwanen spelen, ja natuurlijk; Is dat niet een kenmerk van leven: spelen. Voorwaarde tot groei en liefde. Ik ben afgeleid en besluit in dat spel te delen door mijn filmcameraatje te pakken, waardoor ik de zwanen dichterbij kan halen. Ik verheug mij in hun spel, maar zie ineens (onnozel stadsjongetje) dat het spel een voorspel is. Want ineens draait het mannetje bij en verdwijnt vrouwlief vrijwel geheel onder water. Ik heb inmiddels mijn camera aangezet en film met ingehouden adem en stijgende verwondering het paringsspel van dit echtpaar.

Alles voltrekt zich in rust en vrouwlief blijkt over heel wat adem-en uithoudingsvermogen te beschikken.

Na zo’n zes maal koppie onder te zijn gegaan is het liefdesspel teneinde, maar dat had ik dus ook weer verkeerd. Want nu komt het mooiste. Het naspel. De beide zwanen minnekozen met hun prachtige lange nekken en maken daarmee draaiende bewegingen. Het is een prachtig gezicht.

Dan komen een paar andere zwanen langszij en herneemt het zwanenleven weer zijn oude ritme.

Wanneer ik later het filmpje bekijk valt mij op, dat het geluid op de film afkomstig is van spelende kinderen, die beneden hun hangplek hebben en de daar opgestelde trampoline dient hun als basis om hogerop te komen.

Het is allemaal spel en is dat niet één van de meest kenmerkende eigenschappen van leven.

Eén van mijn meest favoriete liederen is lied 713  ( gez. 301 in het voormalig liedboek). “Wij moeten Gode zingen”. Frits Mehrtens vertelde ooit, dat Willem Vogel zich bij het schrijven van deze melodie had laten inspireren door spelende kinderen op het schoolplein.

Wat is niet heerlijker dan dat. Kinderen kunnen er wat van, maar zwanen op hun manier ook!

En dat voltrekt zich allemaal voor onze ogen in een verstoorde natuur. Het leven gaat onverstoorbaar zijn ongekende gang. En dat is voor mij God!

Rob Visser

De Binnenwaai

Gebouw Solid 18
Ed Pelsterpark 2
1087 EJ  Amsterdam

Abonneer op de Nieuwsbrief