Knarsetanden

KnarsetandenTwee donkere ogen kijken mij aan. “Hoe kom je erbij om dat te schrijven?”, vraag ik. Ze haalt haar schouders op: “ ’t is toch zo” antwoordt ze. Ik staar peinzend voor me uit.

Onder de vele tientallen opstellen, die ik gelezen heb over de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs is dit het eerste opstel, waarvan ik echt schrik. Oh ja er zouden er verder op de dag nog een paar volgen, maar dit was de eerste en de meest uitdagende.

Haar visie was, dat de publiciteit rond de aanslag gemanipuleerd was en dat niet de moslims achter de aanslag zaten, maar “natuurlijk de Joden”. Dat met name kinderen uit de allochtone milieus van mening zijn, dat het wel vreemd is, dat misdaden, waarbij moslims betrokken zijn veel aandacht krijgen en de misdaden, begaan tegen de Palestijnen nauwelijks, verbaast mij niet.

Maar haar toevoeging, dat “de Joden” bij de aanslag op Charlie Hebdo een rol speelden stak mij.
“Heb je dit van jouw imam gehoord” vroeg ik “of denken ze er thuis zo over?” De communicatie bleef bewaard. “Nee die (imam) denkt er net zo over als u, maar ’t is gewoon mijn mening en dat wilde u toch? ” Haar houding werd defensief en dat was nu precies wat ik niet wilde.
“Nee, nee,” zei ik, je weet wat ik altijd zeg: de wereld gaat niet ten onder aan linkse mensen of aan rechtse mensen, maar aan mensen, die zelf niet nadenken en achter de massa aan lopen”.

Ze knikte en maakte een zacht blazend geluidje. “Ik respecteer jouw mening, dat weet je, maar dat laatste, dat de Joden erachter zitten, dat is onjuist”. Ze persisteerde” nou, ik vind van wel” en ze vertelt van de Gazaoorlog in de zomer van 2014, waarbij een paar duizend Palestijnen het leven lieten. “En daar hoor je niets over”, zegt ze bijtend. Ik moet het met haar eens zijn.

“Nou”, zeg ik ” je krijgt een zeven, want je hebt er in ieder geval goed over nagedacht, maar vind je het een goed idee, dat we het er volgende week met de hele klas nog eens over hebben?” Ik moet immers consequent zijn. Het is haar mening en dat moet ik zuiver vanuit vormend opzicht beoordelen. Al was het dit maal niet van harte!

Ze trekt wat met haar mond en ik voel de vraag van het onzekere meisje aankomen. “Maak je geen zorg, ik vertel de klas niet, dat dit naar aanleiding van jouw opstel is” zo zeg ik opnieuw op gedempte toon. “OK”zegt ze. En ze kijkt toe hoe ik achter haar naam een zeven zet. Maar ze hoort gelukkig niet het geknars van mijn tanden.

Rob Visser

De Binnenwaai

Gebouw Solid 18
Ed Pelsterpark 2
1087 EJ  Amsterdam

Abonneer op de Nieuwsbrief